Ex-militairen kiezen vaak voor geüniformeerde beroepen
Banen van veteranen
Militairen die bij hun overstap naar de burgersamenleving een passende baan zoeken, doen dat veelal met de bij de krijgsmacht opgedane ervaring in het achterhoofd.
Dat heeft als bijna logisch gevolg dat in bepaalde sectoren van de economie meer veteranen te vinden zijn dan in andere.
Banen in de transportsector en geüniformeerde beroepen zoals politie, brandweer en beveiliging trekken de aandacht.
Door: Gielt Algra
Het is niet alleen de ervaring die in de krijgsmacht is opgedaan die bepalend is voor de beroepskeuze van oud-militairen.
Van invloed zijn ook allerlei stimulerende (push) en afremmende (pull) factoren geweest.
Bovendien is er in de loop der geschiedenis ook het een en ander gewijzigd.
De rekrutering van de krijgsmacht is al een mechanisme dat een bepaald soort mannen en vrouwen selecteert.
Toen dat nog de massale dienstplicht was, betekende dat ook dat mannen uit alle lagen van de bevolking kwamen.
Het lijkt bijna vanzelfsprekend dat ze daar dan ook in terugkeerden na het afzwaaien en dus in alle beroepssectoren als veteraan terug te vinden waren.
Toch waren er tijdens de dienstplicht al tendensen waar te nemen waardoor veteranen in bepaalde beroepssectoren oververtegenwoordigd zijn.
koopvaardij
Allereerst natuurlijk in de categorie beroepsmilitairen. Bij menigeen zal de ervaring van de dienstplicht hebben geleid tot een carrière bij de krijgsmacht.
Velen hebben na de oorlog of na hun uitzending bijgetekend en waren dus volgens het woordenboek ‘een oud beproefd soldaat’ en daarmee een veteraan.
En wat zeker bij een beschouwing over het beroep van de veteraan niet onvermeld mag blijven, is het hebben van géén beroep. De massale werkloosheid,
vooral tijdens de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw, trof vooral de generatie die ook jaren in de loopgraven had gestaan. Juist veteranen domineerden
‘het leger van de werklozen’ in het begin van de vorige eeuw. Het leidde tot schrijnende toestanden met vaak gewelddadige en wanhopige protesten.
De bekendste is waarschijnlijk de Bonus March uit 1931 in Washington. Daarbij raakten tienduizenden werkloze veteranen in gevecht met het Amerikaanse
leger onder bevel van generaal McArthur. Hierbij vielen enkele doden en honderden gewonden.
Een andere groep veteranen die onmiddellijk moet worden genoemd is natuurlijk de koopvaardij, en dan vooral in de naoorlogse jaren. De opvarenden van de koopvaardij kenden een vaarplicht die hen had vrijgesteld van de militaire dienstplicht. Degenen die uit handen van nazi-Duitsland en Japan waren gebleven, werden op alle
zeefronten ingezet voor de geallieerde zaak. Daarmee werd na de oorlog vrijwel een gehele bedrijfstak gedomineerd door werknemers die zichzelf veteraan mochten noemen.
plattelanders In de geschiedenis hebben zich vaker dergelijke voorbeelden voorgedaan. Zo werd tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) al geconstateerd dat de
krijgsmachten voor meer dan de helft bestond uit mannen uit steden. Terwijl in die tijd slechts tien procent van de bevolking in de steden woonde. Dit was
een direct gevolg van de verpaupering van de steden door deze verwoestende oorlog. Voor velen leidde de armoede in de stad tot een zodanige nood dat er
geen andere optie was dan zich te laten rekruteren. Tot die tijd was het juist het platteland geweest dat de meeste rekruten leverde. De jongere zonen die niet in
aanmerking kwamen voor overname van de ouderlijke boerderij zagen vaak een militaire carrière als een optie om ‘een bestaan op te bouwen’. Dat bestaan moet letterlijk tussen haakjes geplaatst worden omdat deze ‘arbeidsreserve’ veelal als dagloners in leven probeerde te blijven. Bij economische tegenspoed meldden zij zich simpelweg
aan om aan verhongering te ontkomen. Bij economische voorspoed of in oogsttijd verhuurden de soldaten zich weer als dagloner. Zo waren militairen nogal
eens afkomstig uit een agrarisch gebied en als ze dan de dienst weer verlieten, kwam het vaak voor dat ze daarheen terugkeerden. Vandaag de dag spelen er natuurlijk nog allerlei andere factoren een rol. Maar het is zeker geen toeval dat in het Amerikaanse leger vooral soldaten dienen, die uit een door de agrarische sector gedomineerde staat komen. In Rusland is de dienstplichtperiode vaak een gruwel die je het leven kan kosten. En daar lijkt het er op dat dienstplichtigen met een bepaalde achtergrond er in slagen om onder de dienstplicht uit te komen.
Wat er dan aan mannen overblijft, is zeker geen afspiegeling meer van de samenleving. Het leidde in het midden van de jaren negentig tot de uitspraak van de Russische minister van Defensie dat “ze altijd een leger wilden van boeren en arbeiders en dat ze nu een leger hadden van boeren en arbeiders.” hypothese Siccama
Ook in Nederland speelde aan het begin van de jaren negentig een dergelijke discussie. Die ontstond naar aanleiding van de zogeheten hypothese Siccama. Deze Siccama stelde dat het veel waarschijnlijker was dat ‘de godvrezende boerenzoon uit Zeeland’ zijn dienstplicht moest vervullen dan ‘de zoon van de politicoloog uit Amsterdam’.
Daarbij doelde hij erop dat de jongen uit Amsterdam veel makkelijker kon beschikken over de methodes en de informatie om onder de dienst uit te komen dan de jongen uit Zeeland. Derhalve zaten er dus ook meer veteranen in de provincie dan in de randstad.
Er is veel kritiek geweest op de hypothese Siccama, maar bij de Nederlandse populatie van veteranen lijkt hij een punt te hebben. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de volgorde van de bevrijding van Nederland in 1945 en het oproepen van oorlogsvrijwilligers in de bevrijde gebieden. Het westen van Nederland, waar andere sectoren domineerden, werd later bevrijd. De jongens uit het oosten en zuiden van het land waren eerder aan de beurt. Dit lijkt nog lang te hebben doorgewerkt. Uit onderzoek onder Libanonveteranen bleek dat velen zich destijds gemeld hadden met het voorbeeld voor ogen van een vader of oom die in Nederlands-Indië gediend had.
Maar ook overheidsmaatregelen spelen een rol. Zo is er in de Verenigde Staten het programma Troops to Teachers. In dit programma wordt het voor veteranen mogelijk gemaakt om als leraar voor de klas te staan. Ook de Verenigde Staten kennen een tekort aan leerkrachten. Dit wordt het sterkst gevoeld in de wijken die niet bekend staan als economisch sterk. Het is ook juist in deze wijken dat leraren van een bepaald kaliber moeten zijn om voor de klas te durven staan en zich te kunnen handhaven.
De voorkeur voor ex-militairen lijkt voor zich te spreken. Maar het idee om oud-militairen voor de klas te zetten is niet nieuw. In Nederland werden na de terugkeer van de Indië-gangers verkorte cursussen aangeboden om het vak van leraar uit te oefenen. In Duitsland gebeurde dat ook na de Eerste Wereldoorlog. ‘Masculin jobs’
Brits onderzoek naar de beroepskeuze van dienstverlaters laat nog een andere tendens zien. De onderzoekers komen tot de conclusie dat het opvallend is uit hoe weinig soorten banen de oud-militairen eigenlijk kiezen. Vooral als dat wordt afgezet tegen de verscheidenheid aan taken die ze binnen de krijgsmacht hebben vervuld en het spectrum waaruit ze gezien hun ervaring zouden kunnen kiezen.
De onderzoekers doelen hierbij op de opvallende voorkeur voor de zogenoemde masculine uniformed jobs. Het lijkt er op dat de man of vrouw die de krijgsmacht verlaat niet of niet helemaal is uitgekeken op de werksituatie op zich. Het gaat hierbij vooral om het teamgevoel, de hiërarchie, de discipline, het uniform en meer van dergelijke facetten van het dienen in de krijgsmacht. Bij een keuze voor een baan in het burgerleven laten ze zich leiden door deze voorkeur. Banen bij de politie, de brandweer, de
douane en in het gevangeniswezen en de beveiliging komen dan onmiddellijk om de hoek kijken.
Een andere conclusie uit het onderzoek is dat degenen met heel specifieke ervaringen die geoefendheid ook in het burgerleven benutten. De verkeersleiders van een luchtmachtbasis stapten bijvoorbeeld over naar de toren van een burgervliegveld. De straaljagerpiloten vertrokken naar een burgerluchtvaartmaatschappij en de hospik werd verpleger of ambulancechauffeur.
Het lijkt er op dat deze trends zich ook vandaag de dag in Nederland voordoen.
Onderzoek van Defensie geeft aan dat van Nederlandse militairen met een tijdelijk contract de grootste groep belangstelling heeft voor een baan in het vervoer, gevolgd door een functie bij de politie. Ook banen bij de brandweer en de beveiliging staan hoog op de voorkeurslijst. Deze tendensen worden op hun beurt weer versterkt door de
reactie van de werkgevers. Werkgevers in deze sectoren hebben heel positieve ervaringen met veteranen. Of ze zijn zelf veteraan en proberen onder oud-militairen nieuwe medewerkers te vinden.
En daarmee lijkt de cirkel rond.
Checkpoint
als reactie op dit artikel uit de 'Checkpoint' kunnen we concluderen dat er onder de veteranen veel werkloos zijn, daarom zouden we graag een reactie willen van mensen die zelf veteraan zijn en een eigen bedrijf zijn begonnen of gewone werkgevers die hun ervaringen willen delen of zij veteranen als goede werknemers zien of juist niet of dat genoemde mensen de werkloze veteranen een handje kunnen helpen bij het vinden van een baan.
ik heb in het forum een topic geopend waar men over dit onderwerp kan discuseren
Peter Barelds ( beheerder )